Met welke lens lees je de Bijbel?
De Bijbel wordt al eeuwenlang gelezen door mensen uit verschillende tijden, culturen en kerkelijke tradities. Toch kunnen mensen die dezelfde teksten lezen tot heel verschillende interpretaties komen. Soms gaat het om kleine verschillen, soms om verschillen die veel invloed hebben op hoe iemand naar God, de mens en het geloof kijkt.
Hoe ontstaan zulke verschillen? Waarom kan een bepaalde uitleg voor de één heel vanzelfsprekend zijn, terwijl een ander dezelfde tekst anders begrijpt? Kunnen we de Bijbel ooit helemaal zonder lens lezen? En wat kan helpen om ook onze eigen aannames tijdens het lezen te blijven herkennen?
De lens waardoor we de Bijbel lezen
Mensen kunnen dezelfde Bijbel lezen en toch tot heel verschillende conclusies komen. Dat zie je bijvoorbeeld bij onderwerpen als de doop, uitverkiezing, de Heilige Geest, genezing, de rol van vrouwen, de eindtijd en de betekenis van verzoening. Vaak zijn mensen aan beide kanten ervan overtuigd dat hun uitleg uit de Bijbel zelf voortkomt.
Hoe kan het dat dezelfde woorden zo verschillend worden begrepen?
Een deel van het antwoord heeft te maken met de lens waardoor we lezen. Niemand opent de Bijbel helemaal blanco. We nemen allemaal iets mee wanneer we een tekst lezen. Onze opvoeding, cultuur, ervaringen, kerkelijke achtergrond en theologische overtuigingen hebben invloed op de vragen die we stellen, de dingen die onze aandacht trekken en de verbanden die we tussen teksten leggen.
Veel daarvan gebeurt zonder dat we het doorhebben. Wanneer je jarenlang hebt geleerd dat een bepaald Bijbels woord iets betekent, neem je die betekenis vanzelf mee wanneer je het woord ergens anders tegenkomt. Wanneer binnen een kerkelijke traditie bepaalde teksten vaak samen worden gelezen, kan die verbinding zo vertrouwd raken dat het voelt alsof de Bijbel die teksten zelf op die manier naast elkaar heeft gezet.
De lens die we meekrijgen
Iedere kerkelijke traditie heeft door de eeuwen heen bepaalde vragen gesteld en bepaalde accenten gelegd. Binnen de (klassiek) gereformeerde traditie is bijvoorbeeld veel aandacht voor thema’s als verbond, verkiezing, zonde, genade en rechtvaardiging. Binnen de wesleyaanse traditie ligt veel nadruk op genade, heiliging en groei in liefde. In pinkster- en charismatische kerken krijgen de Heilige Geest, Zijn gaven en genezing vaak veel aandacht.
Soms vormen zulke overtuigingen samen een groter theologisch kader. De vijf punten van het calvinisme, vaak samengevat met het woord TULIP, zijn daar een voorbeeld van. Daarin zijn overtuigingen over de verdorvenheid van de mens, verkiezing, verzoening, genade en volharding met elkaar verbonden. Zo’n kader kan invloed hebben op de verbanden die iemand tussen teksten legt en op de manier waarop bepaalde woorden en gedeelten worden begrepen.
Daardoor kunnen twee mensen dezelfde Bijbel lezen en toch verschillende accenten leggen. Bij teksten over Gods verkiezing kan iemand uit een (klassiek) gereformeerde traditie bijvoorbeeld sterk letten op de verkiezing van individuele mensen, terwijl iemand anders binnen dezelfde teksten vooral kijkt naar Gods keuze van Israël, Zijn verbond met het volk en de plaats van de volken binnen Gods plan.
In een pinkster- of charismatische traditie kunnen in Handelingen bijvoorbeeld vooral de bijzondere werken en gaven van de Geest opvallen, terwijl iemand anders eerder ziet hoe de Geest de leerlingen toerust, de gemeente vormt en het goede nieuws zich steeds verder onder de volken verspreidt.
Al deze onderwerpen en lijnen komen in de Bijbel voor. De lens waarmee we lezen, kan het denkkader vormen en invloed hebben op wat als eerste opvalt, welke verbanden we tussen teksten leggen en hoeveel nadruk bepaalde thema’s binnen het geheel krijgen.
Meer over hoe de klassiek-gereformeerde lens door de eeuwen heen is gevormd en hoe deze invloed kan hebben op de manier waarop we de Bijbel lezen, lees je in De klassiek-gereformeerde lens.
De manier waarop we de Bijbel lezen wordt ook gevormd door de tijd en cultuur waarin we leven. Ideeën over vrijheid, succes, geluk, identiteit en wat een goed leven is, kunnen voor ons zo vanzelfsprekend zijn dat we nauwelijks merken dat we ze meenemen wanneer we een tekst lezen. In onze cultuur kijken we bijvoorbeeld vaak vanuit het individu, terwijl mensen in de wereld van de Bijbel veel sterker verbonden waren met hun familie, gemeenschap en volk. Daardoor kunnen wij een tekst al snel persoonlijk lezen, terwijl veel Bijbelteksten oorspronkelijk binnen een volk of gemeenschap werden gehoord en begrepen.
Wanneer een betekenis vanzelfsprekend wordt
Dat gebeurt ook bij woorden die zo bekend zijn dat we nauwelijks meer stilstaan bij wat ze binnen de Bijbel betekenen. Wat bedoelt de Bijbel bijvoorbeeld met zonde? Wat is een ziel? Wat betekent eeuwig leven? En wat bedoelt Jezus wanneer Hij spreekt over het Koninkrijk van God?
Soms hebben we bij zulke woorden al een bepaalde betekenis in gedachten voordat we kijken hoe ze in de Bijbel zelf worden gebruikt. Wanneer we vervolgens naar de tekst en de context kijken, kan blijken dat een woord meer omvat dan we gewend zijn of dat de nadruk niet overal hetzelfde ligt.
Daarbij maakt het verschil waar een woord staat en hoe het wordt gebruikt. Wat betekent het binnen deze tekst? Hoe gebruikt deze schrijver het? Wat gebeurt er rondom deze passage? Waar komen hetzelfde woord, beeld of thema eerder in de Bijbel voor? En hoe wordt het later verder uitgewerkt?
Meer over de betekenis van bekende Bijbelse woorden lees je bij Bijbelse kernwoorden.
De grotere lijn van de Bijbel
Een lens heeft invloed op de manier waarop we losse teksten en woorden begrijpen, maar ook op de grotere lijn die we door de Bijbel heen zien. Zonder dat we het altijd doorhebben, kan zo’n lens zelfs invloed hebben op wat we als het belangrijkste onderwerp van de Bijbel gaan zien.
Wanneer de zonde van de mens en de vraag hoe een mens gered kan worden bijvoorbeeld het vertrekpunt vormen, krijgen schuld, vergeving en persoonlijke redding vanzelf veel aandacht. Deze onderwerpen hebben een belangrijke plaats in de Bijbel. Tegelijkertijd begint Genesis bij God Die een goede wereld schept en mensen naar Zijn beeld maakt. Zij krijgen een plaats en roeping binnen Zijn schepping.
Wanneer mensen Gods wijsheid loslaten en zelf gaan bepalen wat goed en kwaad is, raakt die roeping beschadigd. Er ontstaat verwijdering tussen God en mensen, relaties tussen mensen raken beschadigd en ook de verhouding tussen de mens en de aarde verandert. In de hoofdstukken die volgen zien we hoe deze gebrokenheid zich steeds verder verspreidt in geweld, onrecht en dood.
Vanaf Abraham zien we hoe God een volk vormt waardoor Zijn zegen uiteindelijk de volken moet bereiken. Die lijn loopt door Israël heen en komt samen in Jezus. In Hem zien we de trouwe Mens en Messias Die Gods Koninkrijk aankondigt en trouw blijft waar mensen steeds opnieuw hun eigen weg zijn gegaan. Door Zijn leven, dood en opstanding overwint Hij het kwaad en begint de nieuwe schepping. Uiteindelijk eindigt de Bijbel met de vernieuwde schepping waarin God weer bij de mensen woont en de mens opnieuw de plaats inneemt waarvoor hij vanaf het begin was gemaakt.
Binnen die grotere lijn krijgen ook zonde, vergeving en redding hun plaats. Redding gaat dan niet alleen over waar een mens na de dood terechtkomt, maar over Gods bevrijding en herstel van mensen als onderdeel van Zijn grotere bedoeling om Zijn schepping te vernieuwen.
Wat we als vertrekpunt nemen, heeft invloed op de vragen die we stellen en de verbanden die we zien. Het werkt door in hoe we God leren kennen, hoe we naar onszelf en andere mensen kijken, hoe we het evangelie begrijpen en uiteindelijk ook in wat we denken dat het betekent om Jezus te volgen.
Meer over deze grotere lijn door de Bijbel lees je in De rode draad van de Bijbel.
Terug naar de wereld van de tekst
Dat is een van de redenen waarom context zo belangrijk is. De Bijbel is ontstaan in werelden die in veel opzichten anders waren dan de onze. De schrijvers gebruikten andere talen, leefden binnen andere culturen en schreven voor mensen die allerlei kennis en gebruiken deelden die voor hen vanzelfsprekend waren.
Daarbij speelt ook de wereld waarin een tekst is ontstaan een belangrijke rol. In welke historische situatie werd dit geschreven? Welke culturele gebruiken spelen een rol? Wat betekenden bepaalde woorden en beelden in die tijd? En wat probeert de schrijver aan zijn lezers duidelijk te maken?
Ook de literaire context is belangrijk. Een gedicht lees je anders dan een brief, een wetstekst anders dan een vertelling en een profetisch visioen anders dan een historisch verslag. Daarnaast heeft iedere passage een plaats binnen een groter Bijbelboek. De opbouw van het boek en wat eraan voorafgaat en erop volgt, helpen om te zien welke plaats een gedeelte binnen het geheel heeft.
De Bijbelschrijvers bouwen ook voort op woorden, beelden en gebeurtenissen die eerder in de Bijbel voorkomen. Ze verwijzen terug naar eerdere teksten, nemen beelden over en werken thema’s verder uit. De uittocht uit Egypte wordt bijvoorbeeld een gebeurtenis waar latere profeten op teruggrijpen, en woorden en thema’s als koninkrijk, priesterschap, verbond en nieuwe schepping krijgen onderweg steeds meer betekenis.
Door aandacht te hebben voor de historische, culturele en literaire context en voor de verbindingen met andere Bijbelteksten, kunnen we beter begrijpen wat een schrijver aan zijn oorspronkelijke lezers wilde overbrengen. Van daaruit kunnen we verder kijken naar wat dit betekent voor de manier waarop we vandaag leven en Jezus volgen. Anders bestaat het risico dat onze eigen aannames en denkkaders te veel gaan bepalen wat we in een tekst lezen.
Meer over de verschillende soorten literatuur in de Bijbel en waarom die verschil maken voor de manier waarop een tekst wordt gelezen lees je in Wat is de Bijbel?
Kunnen we zonder lens lezen?
Helemaal zonder lens lezen doen we waarschijnlijk niet. Ook wanneer we meer leren over de historische en culturele context, Hebreeuwse en Griekse woorden of de grotere lijnen door de Bijbel heen, nemen we nog steeds onze eigen ideeën en aannames mee. Ook een manier van lezen die ons helpt om eerdere aannames te herkennen, kan zelf weer een nieuwe lens worden.
Daarom blijft het belangrijk om onze eigen uitleg steeds opnieuw te toetsen aan de tekst zelf en aan de wereld waarin die tekst is ontstaan. Past deze uitleg bij de woorden van de tekst? Bij het gedeelte en het Bijbelboek waarin die tekst staat? Doet zij recht aan de historische en culturele context? En passen de verbanden die we leggen bij de lijnen die de Bijbelschrijvers zelf leggen?
Hoe onze lens concreet invloed kan hebben op de manier waarop we een Bijbelboek begrijpen, lees je in Met welke lens lezen we Romeinen?
Maak jouw eigen website met JouwWeb