Met welke lens lezen we Romeinen?
De Romeinenbrief is een goed voorbeeld van hoe de lens waarmee we de Bijbel lezen invloed kan hebben op de manier waarop we een Bijbelboek begrijpen. Ons vertrekpunt kan bepalen welke accenten we leggen, welke vragen we aan de tekst stellen, hoe we woorden en thema’s begrijpen, welke verbanden we leggen en wat we uiteindelijk als de belangrijkste lijn van de brief gaan zien.
Die invloed blijft niet beperkt tot de uitleg van de tekst. De manier waarop we Romeinen lezen kan ook doorwerken in ons beeld van God en de mens, hoe we zonde en redding begrijpen, hoe we naar onze identiteit en roeping kijken en hoe we ons geloofsleven vormgeven.
Wat gebeurt er wanneer de zondeval en de schuld van de individuele mens het bepalende kader worden voor onze lezing van Romeinen? Wat komt er in beeld wanneer we deze onderwerpen lezen binnen de grotere lijn die in Genesis 1 begint? En welke invloed kunnen deze verschillende vertrekpunten hebben op de manier waarop we God, de mens, redding en ons leven als volgelingen van Jezus begrijpen?
Twee verschillende vertrekpunten
Wanneer de zondeval en de schuld van de individuele mens het bepalende kader vormen, komt de nadruk al snel te liggen op de vraag hoe een zondig mens rechtvaardig kan worden voor God.
Romeinen 1–3 wordt dan vooral gelezen vanuit de schuld van ieder mens en Gods oordeel over de zonde. Zonde, schuld, Gods toorn, menselijke zondigheid, rechtvaardiging en persoonlijke redding krijgen vanuit dit vertrekpunt veel aandacht. De brief kan daardoor vooral vanuit het individu worden gelezen: de mens is zondig, staat schuldig tegenover God, heeft bekering en vergeving nodig en moet rechtvaardig worden voor God.
Meer over hoe dit theologische kader zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld lees je in De (klassiek) gereformeerde lens.
Wanneer we de zondeval en de schuld van de mens lezen binnen de grotere lijn die in Genesis 1 begint, komt een breder kader in beeld. God openbaart Zich als Schepper, schept een goede wereld en maakt de mens naar Zijn beeld met een roeping binnen die schepping. Genesis 3 laat zien wat er met die goede schepping en de menselijke roeping misgaat. Mensen keren zich af van Gods wijsheid en gaan zelf bepalen wat goed en kwaad is. De gevolgen daarvan worden zichtbaar in schaamte, verbroken relaties, geweld, ballingschap en dood.
Maar God laat Zijn bedoeling met de mens en de schepping niet los. Vanaf Abraham zien we hoe Hij een volk vormt waardoor Zijn zegen de volken moet bereiken. Die lijn loopt door de hele Bijbel heen en komt samen in Jezus.
Romeinen binnen de grotere lijn van de Bijbel
Paulus begint zijn betoog met God als Schepper en beschrijft hoe mensen de waarheid over God hebben verwisseld en het geschapene zijn gaan vereren in plaats van de Schepper (Romeinen 1). Daarmee grijpt Paulus terug op thema’s uit de eerste hoofdstukken van Genesis. De mens is geschapen naar Gods beeld en krijgt een plaats en roeping binnen Gods schepping. In Romeinen 1 zien we hoe dit wordt omgekeerd: de mens die Gods beeld draagt, gaat beelden van mensen en dieren vereren (Romeinen 1:23–25).
In Romeinen 4 gaat Paulus terug naar Abraham en Gods belofte dat hij vader zou worden van vele volken. In Romeinen 5 verbindt hij vervolgens Adam met Jezus. Door Adam hebben zonde en dood hun intrede gedaan, terwijl door Jezus een nieuwe weg naar leven wordt geopend. In de hoofdstukken die volgen beschrijft Paulus hoe mensen worden bevrijd uit de macht van zonde en dood en door de Geest nieuw leven ontvangen.
In Romeinen 8 komt ook het beeld van God weer terug. Mensen worden gevormd naar het beeld van Gods Zoon (Romeinen 8:29). Paulus verbindt de vernieuwing van Gods kinderen met de toekomst van de schepping. De schepping zucht onder de vergankelijkheid en ziet uit naar bevrijding (Romeinen 8:19–23).
In Romeinen komen verschillende lijnen samen die in Genesis 1 beginnen: God als Schepper, de mens als Zijn beeld, Adam en de zonde, Abraham en de volken, Israël, Jezus, het nieuwe leven door de Geest en uiteindelijk de hoop op de bevrijding van de schepping.
De context van de Romeinenbrief
Paulus schrijft deze brief binnen een concrete historische en culturele situatie. Joodse en niet-Joodse gelovigen leven samen in gemeenschap, maar verschillen rond onder andere de Torah, besnijdenis, Joodse gebruiken rond voedsel en het houden van bijzondere dagen zorgen voor spanningen.
Die situatie is belangrijk om Paulus’ betoog te begrijpen. Wanneer hij schrijft over zonde, geloof, gerechtigheid en redding, doet hij dat tegen de achtergrond van de verhouding tussen Joodse en niet-Joodse gelovigen in Rome. Door de hele brief heen laat hij zien wat God door Jezus heeft gedaan, hoe dit samenhangt met Zijn beloften aan Israël en hoe mensen uit de volken daarin een plaats krijgen. Uiteindelijk werkt dit door in de vraag hoe zij, ondanks hun verschillen, samen kunnen leven als één volk onder Jezus als Heer.
Ook de literaire context helpt om te zien hoe Paulus zijn betoog opbouwt. Wat hij in Romeinen 1 begint, werkt hij in de hoofdstukken daarna steeds verder uit. Gedachten uit eerdere hoofdstukken komen later terug en worden verder uitgewerkt. Daardoor krijgen afzonderlijke gedeelten meer betekenis wanneer we ze binnen het geheel van de brief lezen.
Wat ons vertrekpunt verandert
Ons vertrekpunt heeft invloed op welke aspecten van Romeinen we vooral zien en hoe we woorden en thema’s binnen Paulus’ betoog begrijpen.
Zonde kan bijvoorbeeld vooral worden gelezen vanuit de persoonlijke schuld van de mens tegenover God. Binnen Paulus’ grotere betoog komt daarnaast in beeld hoe de mensheid onder de macht van zonde en dood terecht is gekomen en niet meer leeft naar de roeping die God de mens als Zijn beeld heeft gegeven.
Ook redding krijgt binnen die grotere lijn een bredere betekenis. Paulus schrijft over vergeving en rechtvaardiging, maar ook over bevrijding uit de macht van zonde en dood, nieuw leven door de Geest en de hoop op de bevrijding van de schepping.
Ook de plaats van Abraham, Israël en de volken komt anders in beeld. Zij vormen geen zijspoor in Paulus’ betoog, maar horen bij de doorgaande lijn van Gods werk en Zijn trouw aan Zijn beloften.
Hetzelfde geldt voor Romeinen 12–16. Deze hoofdstukken zijn meer dan een verzameling praktische aanwijzingen aan het einde van de brief. Hier wordt zichtbaar wat Gods vernieuwende werk betekent voor het samenleven van Joodse en niet-Joodse gelovigen. Zij volgen samen Jezus als Heer en het nieuwe leven door de Geest krijgt vorm in liefde voor God en de ander, elkaar dienen, vrede zoeken en elkaar aanvaarden.
Wanneer onze aandacht vooral uitgaat naar het individu, zijn zonde en de vraag hoe hij gered kan worden, kunnen deze andere lijnen naar de achtergrond verdwijnen. Persoonlijke bekering, geloof, vergeving en rechtvaardiging hebben een belangrijke plaats in Romeinen, maar staan binnen de grotere Bijbelse lijn van Gods werk met de mensheid en Zijn schepping.
Meer over hoe zonde door de Bijbel heen wordt beschreven lees je bij Bijbelse kernwoorden: Zonde.
Ons beeld van God, de mens en redding
De lens waarmee we lezen kan ook invloed hebben op ons beeld van God en de mens, hoe we onze identiteit en roeping begrijpen, wat we onder redding verstaan en hoe we ons geloofsleven vormgeven.
Wanneer schuld en oordeel het overheersende kader worden, kan God vooral in beeld komen als Rechter tegenover Wie de mens schuldig staat en kan Zijn toorn een bepalende plaats krijgen in hoe we naar God kijken. De mens kan daarbij vooral worden gezien als zondaar die vergeving en rechtvaardiging nodig heeft.
God is ook Rechter en de Bijbel spreekt over Zijn oordeel en toorn. Toch staat dit binnen een groter beeld van wie God is. Hij openbaart Zich als de Schepper Die leven geeft en Zijn schepping zegent, als een God Die barmhartig en genadig is, geduldig en trouw in Zijn liefde. Zijn toorn is Zijn reactie op zonde, kwaad en onrecht en op wat deze in Zijn goede schepping teweegbrengen. Juist omdat God goed is, blijft Hij daar niet onverschillig tegenover.
Meer over waarom God oordeelt en hoe oordeel in de Bijbel verbonden is met recht doen lees je in Bijbelse kernwoorden: Oordeel.
God maakt de mens naar Zijn beeld met een plaats en roeping binnen Zijn schepping. De identiteit van de mens begint daarmee niet bij zijn zonde, maar bij wie God hem heeft gemaakt om te zijn. Wanneer mensen zich van God afkeren, raakt ook die roeping beschadigd. In plaats van God te vertegenwoordigen en te leven vanuit Zijn wijsheid, richten mensen hun vertrouwen en aanbidding op het geschapene en gaan zij zelf bepalen wat goed en kwaad is.
De zonde brengt daarin een diepe breuk. Mensen maken keuzes die niet overeenkomen met Gods bedoeling, maar Paulus beschrijft zonde ook als een macht waaronder de mensheid terecht is gekomen en die uitloopt op de dood. De mens is verantwoordelijk voor zijn keuzes en bevindt zich tegelijkertijd in een werkelijkheid waarin zonde en dood steeds meer grip op het menselijk leven hebben gekregen.
Toch laat God Zijn bedoeling met de mens en Zijn schepping niet los. Door Abraham en Israël heen blijft Hij trouw aan Zijn beloften en werkt Hij verder aan Zijn zegen voor de volken.
In Jezus komen deze lijnen samen. Hij is de trouwe Messias en laat zien wat het betekent om werkelijk als mens naar Gods bedoeling te leven. Door Zijn dood en opstanding wordt de macht van zonde en dood doorbroken en wordt Jezus als de opgestane Heer bekendgemaakt. Mensen ontvangen vergeving van hun zonden en nieuw leven en worden door de Geest vernieuwd naar het beeld van Gods Zoon.
Redding heeft binnen dit grotere kader daarom ook te maken met herstel. Mensen worden bevrijd uit de macht van zonde en dood en ontvangen door de Geest nieuw leven. Daarmee gaat redding niet alleen over waaruit mensen worden gered, maar ook over waartoe zij worden gered.
Meer over de Heilige Geest en Zijn vernieuwende werk lees je in De Heilige Geest.
Hoe worden we gered en waartoe?
Daarmee verandert ook welke vragen we aan Romeinen stellen. Wanneer onze belangrijkste vraag is: Hoe kan ik als zondig mens rechtvaardig worden voor God?, zullen veel gedeelten vanzelf rond die vraag worden geordend.
Wanneer we Romeinen lezen binnen de grotere lijn van de Bijbel en aandacht hebben voor de situatie waarvoor Paulus schrijft, komen ook andere vragen in beeld. Hoe is God trouw aan Zijn beloften aan Israël? Hoe worden Joden en andere volken door Jezus één volk en hoe leren zij, ondanks hun verschillen, samenleven als gelovigen? Hoe bevrijdt God de mensheid uit de macht van zonde en dood? En hoe past dit alles binnen Gods bedoeling met de mens en Zijn schepping?
De vraag hoe word ik gered? heeft daarin een belangrijke plaats, maar komt binnen een grotere vraag te staan: wat is Gods bedoeling vanaf het begin met de mens en Zijn schepping, en hoe werkt Hij, ondanks de ontrouw van de mens, door de hele Bijbel heen aan die bedoeling?
Daarmee komt ook een andere belangrijke vraag in beeld: waartoe worden we gered?
Die vraag geeft een breder beeld van onze identiteit en roeping. We ontvangen vergeving en worden door de Geest vernieuwd om Jezus te volgen, God en de ander lief te hebben en steeds meer te leven naar de bedoeling waarvoor God de mens naar Zijn beeld heeft gemaakt. Ons leven krijgt een plaats binnen Gods grotere werk van herstel. Door Zijn Geest mogen we deelnemen aan wat God in Zijn wereld doet en zichtbaar maken hoe het leven onder Zijn goede heerschappij eruitziet.
In Romeinen 8 verbindt Paulus de vernieuwing van Gods kinderen met de hoop voor de schepping. De schepping ziet uit naar bevrijding van de vergankelijkheid en naar het openbaar worden van Gods kinderen.
Daarmee komt ook Gods Koninkrijk in beeld. In Romeinen 14 verbindt Paulus Gods Koninkrijk met gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest. Het nieuwe leven krijgt vorm in de manier waarop mensen Jezus als Heer volgen, elkaar liefhebben en samenleven als Zijn volk.
Ons geloofsleven gaat daarmee ook over wie we door de Geest worden, hoe we Jezus hier en nu volgen en hoe ons leven deel krijgt aan Gods werk in Zijn wereld, onderweg naar de vernieuwde schepping.
Meer over Gods Koninkrijk en hoe deze lijn door de Bijbel heen loopt lees je in Gods Koninkrijk.
Onze lens blijven herkennen
We nemen allemaal ideeën, aannames en denkkaders mee wanneer we de Bijbel openen. Wanneer die te bepalend worden, bestaat het risico dat we vooral zien wat binnen ons bestaande kader past en andere lijnen in de tekst minder opmerken.
Aandacht voor de historische, culturele en literaire context, de grotere lijn van de Bijbel en de verbindingen met eerdere Bijbelteksten kan ons helpen om onze eigen aannames te blijven herkennen. Zo kunnen we steeds opnieuw teruggaan naar de tekst en kijken of onze eigen ideeën en aannames passen bij wat de Bijbelschrijvers zelf proberen over te brengen.
Verder lezen
Wil je de Romeinenbrief verder volgen binnen zijn historische, culturele en literaire context, als samenhangend geheel en binnen de grotere lijn van de Bijbel? Lees dan verder bij Boek voor boek de Bijbel door: Romeinen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb