Wat is de Bijbel?

De Bijbel bestaat uit veel verschillende boeken die in verschillende tijden, talen en culturen zijn geschreven. Toch staan deze boeken op allerlei manieren met elkaar in verbinding en vormen ze samen de Bijbel die we vandaag lezen. Om te begrijpen wat we lezen, helpt het om te weten wat voor verzameling de Bijbel eigenlijk is en hoe deze is opgebouwd.

Hoe zijn de verschillende boeken van de Bijbel ontstaan en hoe staan ze met elkaar in verbinding? Wat betekent het dat de Bijbel door mensen is geschreven en tegelijk Gods Woord wordt genoemd? En waarom maken context en verschillende soorten literatuur verschil voor de manier waarop we de Bijbel vandaag lezen?

Een verzameling van verschillende geschriften

Wat vandaag als één Bijbel wordt gelezen, bestaat uit verschillende geschriften die over een lange periode zijn ontstaan. Ze werden geschreven en doorgegeven binnen de geschiedenis van Israël en later binnen de eerste gemeenschappen rond Jezus. Deze geschriften werden afzonderlijk geschreven en later verzameld tot grotere gehelen.

Het grootste deel van het Oude Testament is in het Hebreeuws geschreven, met enkele gedeelten in het Aramees. De boeken van het Nieuwe Testament zijn in het Grieks geschreven.

Meer over de oorspronkelijke talen van de Bijbel en de keuzes die bij het vertalen worden gemaakt lees je in Verschillende bijbelvertalingen.

 

Menselijke woorden en Gods Woord

Wie een brief van Paulus leest, leest woorden die aan een werkelijke gemeente werden geschreven, binnen de vragen en omstandigheden die daar op dat moment speelden. Wie de profeten leest, ontmoet woorden die binnen een bepaalde periode van Israëls geschiedenis werden gesproken.

Door de Bijbel heen wordt ook zichtbaar hoe Gods Geest door mensen werkt. Hij spreekt door profeten, geeft mensen wijsheid en inzicht en werkt door hen heen binnen hun eigen tijd en omstandigheden. Daarbij gebruiken de schrijvers hun eigen woorden en taal en heeft ieder van hen een eigen manier van schrijven.

God maakte Zich bekend binnen werkelijke tijden, plaatsen en omstandigheden. Daarom helpt het om te weten in welke wereld een tekst is ontstaan, tot wie de woorden werden gesproken en hoe een schrijver zijn woorden heeft opgebouwd. Dat kan helpen om een tekst te lezen zoals die binnen zijn oorspronkelijke context bedoeld was.

 

De boeken van de Bijbel

Welke boeken tot die verzameling worden gerekend, verschilt tussen christelijke tradities. De protestantse Bijbel telt 66 boeken, waarvan 39 tot het Oude Testament behoren en 27 tot het Nieuwe Testament.

De geschriften die nu samen de Hebreeuwse Bijbel vormen, zijn binnen de geschiedenis van Israël ontstaan en werden door volgende generaties bewaard en doorgegeven. De Evangeliën, brieven en andere geschriften van het Nieuwe Testament ontstonden later afzonderlijk en werden binnen de eerste gemeenschappen rond Jezus gelezen, gekopieerd, gedeeld en verder verspreid.

Onderweg werden bepaalde geschriften steeds breder als gezaghebbend ontvangen. Sommige boeken werden al vroeg op veel plaatsen gelezen, terwijl over andere geschriften langer verschil van inzicht bestond. Daarbij speelde onder andere mee hoe een geschrift verbonden was met de apostelen en het getuigenis over Jezus en hoe het binnen de eerste gemeenschappen werd ontvangen en gebruikt.

Voor de verzameling boeken die als onderdeel van de Bijbel werden erkend, wordt het woord canon gebruikt. Vanaf de vierde eeuw zijn verschillende lijsten van Bijbelboeken van kerkleiders bewaard gebleven. Ook tijdens regionale kerkelijke bijeenkomsten werd gesproken over welke boeken tot de Bijbel behoorden. Deze bronnen laten zien welke geschriften in verschillende delen van de kerk als onderdeel van de canon werden erkend.

Niet alle christelijke tradities hebben precies dezelfde canon. Vooral in het Oude Testament zijn er verschillen in de verzameling en ordening van de boeken tussen protestantse, rooms-katholieke en orthodoxe Bijbels.

De 39 boeken van het protestantse Oude Testament komen overeen met de geschriften van de Hebreeuwse Bijbel, die binnen de Joodse traditie de Tenach wordt genoemd. Ze worden alleen anders geteld en geordend. De naam Tenach is gevormd uit de beginletters van de drie grote delen: de Torah, de Nevi’im en de Ketuvim: de Torah, de Profeten en de Geschriften.

De Torah bestaat uit Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Deze eerste vijf boeken vormen het begin van de Tenach en leggen een belangrijk fundament voor wat daarna volgt.

Daarna volgen de Nevi’im, de Profeten. Hieronder vallen ook Jozua, Rechters, Samuel en Koningen, boeken die in veel christelijke Bijbels bij de historische boeken worden geplaatst. In de Hebreeuwse Bijbel behoren zij tot de Profeten.

Het derde deel bestaat uit de Ketuvim, de Geschriften. Daarin staan onder andere Psalmen, Spreuken, Job, Ruth, Prediker, Daniël, Ezra-Nehemia en Kronieken. Hier komen verschillende soorten Bijbelboeken samen die in veel christelijke Bijbels op andere plaatsen binnen het Oude Testament staan.

De manier waarop de boeken zijn geordend kan helpen om meer van hun onderlinge samenhang te ontdekken. De plaats van een boek binnen de verzameling kan verbindingen zichtbaar maken met de boeken die eraan voorafgaan en erop volgen.

Deze driedeling is ook terug te herkennen in het Nieuwe Testament. Wanneer Jezus na Zijn opstanding met Zijn leerlingen spreekt over de Schriften, verwijst Hij naar ‘de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen’ (Lucas 24:44). Met ‘de Psalmen’ wordt hier vaak het derde deel van de Hebreeuwse Bijbel, de Geschriften, aangeduid.

 

Verbindingen tussen Bijbelteksten

Latere Bijbelschrijvers grijpen steeds terug op wat eerder is geschreven. Ze nemen woorden en beelden over, verwijzen naar eerdere gebeurtenissen en werken thema’s verder uit die al veel eerder in de Bijbel zijn begonnen.

Dat gebeurt al binnen de Tenach zelf. De opening van Jozua sluit aan op Deuteronomium en roept Jozua op om zich dag en nacht in de Torah te verdiepen (Jozua 1:7–8). Psalm 1 gebruikt vergelijkbare woorden voor de mens die zich dag en nacht verdiept in Gods onderwijzing. Zo wordt aan het begin van de Profeten en opnieuw aan het begin van de Psalmen teruggegrepen op de Torah. De lezer gaat verder naar nieuwe boeken, terwijl de woorden uit de Torah blijven meeklinken.

Ook beelden, gebeurtenissen en personen keren later terug en krijgen binnen een nieuwe context verdere betekenis. De tuin uit Genesis, de boom van leven, water, woestijn, tempel, herder, wijnstok, licht en duisternis verschijnen op verschillende plaatsen opnieuw. De bevrijding uit Egypte wordt een belangrijk beeld waar latere profeten op teruggrijpen wanneer zij spreken over een toekomstige bevrijding. De belofte aan David vormt de achtergrond van de verwachting van een komende koning. Ook Adam, Abraham, Mozes en David keren terug in latere teksten die voortbouwen op wat eerder over hen is geschreven.

Door deze verbindingen te herkennen, wordt steeds meer zichtbaar hoe Bijbelteksten met elkaar samenhangen en hoe latere schrijvers voortbouwen op wat eerder is geschreven.

 

Het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken en is ontstaan in de wereld van de eerste eeuw. De schrijvers leefden in een wereld die sterk gevormd was door het Jodendom en kenden de Schriften die wij nu het Oude Testament noemen. Ze grijpen daar op allerlei manieren op terug. Soms doen ze dat met een rechtstreeks citaat, terwijl op andere plaatsen een paar woorden of een bekend beeld voldoende zijn om een veel ouder Bijbelgedeelte mee te laten klinken.

Jezus verschijnt in de Evangeliën binnen een lijn die al lang vóór Zijn geboorte is begonnen. Woorden als Messias, Koninkrijk van God, Mensenzoon, Zoon van David, tempel, verbond en goed nieuws hebben al een geschiedenis binnen de Schriften van Israël. De evangelisten gebruiken die achtergrond om te laten zien Wie Jezus is en wat Zijn komst betekent.

Naast de vier Evangeliën bevat het Nieuwe Testament Handelingen, waarin wordt beschreven hoe het goede nieuws vanuit Jeruzalem verdergaat en gemeenschappen van Jezus ontstaan onder steeds meer volken. Daarna volgen brieven aan concrete gemeenschappen en personen. Het Nieuwe Testament eindigt met Openbaring.

 

Verschillende soorten literatuur

De Bijbel bevat verschillende soorten literatuur. Een gedicht gebruikt taal anders dan een brief, een vertelling werkt anders dan een verzameling spreuken en een visioen vol symbolische beelden vraagt om een andere manier van lezen dan een historische vertelling.

De grenzen tussen deze vormen zijn niet altijd scherp. Binnen één Bijbelboek kunnen verschillende literaire vormen naast elkaar voorkomen. Exodus bevat bijvoorbeeld vertellingen, onderwijzing en poëzie, profeten gebruiken veel poëtische taal en Openbaring bevat naast visioenen ook brieven en profetie.

 

Verhalende literatuur

Een groot deel van de Bijbel bestaat uit vertellingen over gebeurtenissen, personen en generaties die elkaar opvolgen. Dat zie je bijvoorbeeld in Genesis, grote delen van Exodus en Numeri, en in boeken als Jozua, Rechters, Samuel en Koningen.

Bijbelse vertellers leggen lang niet altijd rechtstreeks uit wat een lezer van een persoon of gebeurtenis moet vinden en geven vaak minder details dan moderne lezers gewend zijn. Wat personages doen en zeggen, wat wordt herhaald en welke verbindingen er met eerdere gebeurtenissen worden gelegd, kan daarom veel zeggen.

Wanneer de Bijbel vertelt wat iemand doet, betekent dat niet automatisch dat die persoon daarin een voorbeeld voor ons is. Abraham, Jakob, Mozes, David en andere belangrijke personen worden ook met hun tekortkomingen beschreven. Ook Abraham, Jakob, Mozes en David worden beschreven met hun tekortkomingen en verkeerde keuzes.

 

Torah en onderwijzing

De eerste vijf boeken van de Bijbel worden vaak de Wet genoemd, terwijl het Hebreeuwse woord Torah breder is en onderwijzing of instructie betekent. Deze boeken bevatten veel meer dan alleen geboden. Genesis bestaat voornamelijk uit vertellingen en ook in Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium staan de geboden binnen de grotere lijn van Israëls geschiedenis.

Israël ontvangt de Torah binnen een concrete geschiedenis. God heeft het volk uit Egypte bevrijd, sluit met hen een verbond en roept hen om als Zijn volk te leven. De geboden staan binnen die relatie en binnen Israëls roeping onder de volken.

Afzonderlijke geboden staan daarom binnen de grotere geschiedenis waarin God deze onderwijzing aan Israël geeft.

 

Poëzie

Een groot deel van de Bijbel is poëzie. De Psalmen zijn daarvan het bekendste voorbeeld, terwijl poëtische gedeelten ook voorkomen in de profeten, wijsheidsboeken en zelfs midden in verhalende teksten.

Hebreeuwse poëzie werkt veel met herhaling, beelden en regels die naast elkaar worden geplaatst. Een tweede regel kan dezelfde gedachte vanuit een andere hoek verwoorden, haar versterken of verder uitwerken. Ook beeldspraak speelt een grote rol. In de Psalmen klappen bomen in hun handen en springen bergen als rammen. Zulke beelden horen bij de poëtische taal van deze teksten en helpen om uit te drukken wat de schrijver wil zeggen.

 

Wijsheidsliteratuur

Boeken als Spreuken, Job en Prediker spreken ieder op hun eigen manier over wijsheid en het leven met God.

Spreuken bevat veel wijsheid over keuzes en de gevolgen die daar vaak mee samenhangen. Wie wijs leeft, zorgvuldig spreekt en bereid is om te werken, zal daar meestal andere vruchten van zien dan iemand die dwaas of roekeloos leeft. Tegelijkertijd betekent dit niet dat het leven altijd precies zo verloopt.

Dat wordt ook zichtbaar in Job. Job lijdt diep, terwijl zijn vrienden ervan uitgaan dat daar een duidelijke oorzaak voor moet zijn. Als iemand zoveel lijdt, zal hij volgens hen wel iets verkeerd hebben gedaan. Het boek laat zien dat zo’n eenvoudige verklaring geen recht doet aan wat er werkelijk aan de hand is.

Prediker kijkt weer vanuit een andere kant naar het leven. Veel van wat er gebeurt heeft de mens niet in de hand en lang niet alles is te begrijpen. Het boek stelt vragen bij het zoeken naar zekerheid, controle en blijvend resultaat in een leven dat voorbijgaat.

 

Profetische literatuur

Bij profetie wordt vaak als eerste gedacht aan voorspellingen over de toekomst. De Bijbelse profeten spreken vooral tot de mensen van hun eigen tijd. Zij roepen Israël terug naar trouw aan God, spreken onrecht en afgoderij aan, waarschuwen voor de gevolgen daarvan en houden de hoop op Gods herstel levend.

Hun woorden bouwen voort op de Torah en op de geschiedenis van Israël. De profeten spreken over recht, verbond, zegen, oordeel en ballingschap en kijken ook vooruit naar een toekomst waarin God Zijn volk zal herstellen, een nieuwe koning zal geven en Zijn Geest zal uitstorten.

Profetische boeken bevatten veel poëzie en beeldspraak. Steden kunnen als vrouwen worden beschreven, volken als dieren en Gods oordeel met beelden uit de schepping. De literaire vorm en de eerdere Bijbelgedeelten waarop deze beelden voortbouwen helpen om te begrijpen wat de profeten ermee willen zeggen.

 

De Evangeliën

Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen ieder vanuit hun eigen opbouw en nadruk over het leven en onderwijs van Jezus, Zijn sterven en opstanding. Daarbij grijpen zij voortdurend terug op de Schriften van Israël. Jezus wordt beschreven met woorden en beelden uit de Torah, de Profeten en de Geschriften. Zo worden ook de lijnen zichtbaar die vanuit de Schriften van Israël naar Jezus lopen.

 

Brieven

Een groot deel van het Nieuwe Testament bestaat uit brieven. Paulus, Petrus, Johannes, Jakobus en andere schrijvers richten zich tot gemeenten en personen die in verschillende omstandigheden leven.

Wanneer Paulus bijvoorbeeld schrijft over problemen in Korinte, reageert hij op vragen en situaties die daar speelden. Als lezer hebben we alleen de brief die voor ons bewaard is gebleven en proberen we vanuit die brief te begrijpen wat er in de gemeente aan de hand was.

Een enkele zin uit een brief kan anders worden begrepen wanneer die los wordt gelezen van de alinea waarin hij staat, de grotere gedachte die de schrijver uitwerkt en de situatie waarop hij reageert. De aanleiding van een brief, de mensen aan wie hij werd geschreven en de rest van de brief horen bij de context van een afzonderlijke zin of alinea.

 

Apocalyptische literatuur

Vooral Daniël en Openbaring bevatten veel kenmerken van apocalyptische literatuur. Daarin worden visioenen gebruikt waarin dieren, getallen, kleuren en andere symbolische beelden een grote rol spelen. Voor moderne lezers kunnen zulke gedeelten vreemd aanvoelen, terwijl veel van deze beelden voor de oorspronkelijke lezers verbonden waren met eerdere Bijbelteksten en met de wereld waarin zij leefden.

Openbaring zit vol beelden uit Genesis, Exodus, de Psalmen, Jesaja, Ezechiël, Daniël en andere gedeelten van de Tenach. Een draak, een beest, een lam, Babylon, de boom van het leven en een nieuwe hemel en aarde grijpen terug op beelden die eerder in de Bijbel voorkomen en daar al betekenis hebben gekregen.

 

Een tekst binnen zijn context lezen

Een tekst staat altijd binnen een groter gedeelte en dat gedeelte heeft weer een plaats binnen het Bijbelboek waarin het staat. Het helpt om te kijken naar wat er rondom een tekst gebeurt. Wat is eraan voorafgegaan en wat volgt erop? Wie spreekt er, tegen wie wordt er gesproken en welke situatie speelt op de achtergrond? Soms verandert de betekenis van een bekend vers al wanneer de omliggende alinea’s worden meegelezen.

Ook de historische en culturele wereld waarin een tekst is ontstaan speelt een rol. De Bijbelschrijvers leefden in samenlevingen die op veel punten anders waren dan de wereld van vandaag. Gewoonten rond familie, huwelijk, eer en schaamte, koningschap, tempels, landbouw, slavernij en sociale verhoudingen waren voor de oorspronkelijke lezers vaak vanzelfsprekend en hoefden daarom niet uitgebreid te worden uitgelegd. Voor een moderne lezer kan die achtergrond helpen om woorden en gebeurtenissen beter te begrijpen.

Daarnaast heeft ieder boek zijn eigen literaire opbouw. Schrijvers plaatsen gedeelten naast elkaar, laten woorden en beelden terugkomen en bouwen gedachten gedurende een boek verder uit. Soms worden gedeelten zo opgebouwd dat ze elkaar weerspiegelen of wordt een belangrijk gedeelte in het midden geplaatst. Zulke patronen kunnen helpen om te zien waar de nadruk in een tekst ligt. 

Meer over de invloed van historische, culturele en literaire context en de manier waarop eigen aannames het lezen kunnen beïnvloeden lees je in Met welke lens lees je de Bijbel?

 

De Bijbel samen lezen

De Bijbel werd oorspronkelijk veel hardop en samen gelezen. Israël kwam bijeen om de Torah te horen en ook binnen de eerste gemeenschappen rond Jezus werden de Schriften en de brieven van de apostelen voorgelezen.

Ook vandaag kan het samen lezen helpen om meer van een tekst te zien. Iedereen brengt eigen ervaringen, vragen en aannames mee tijdens het lezen. Wanneer mensen samen lezen, vragen stellen en naar elkaar luisteren, kunnen woorden of verbindingen zichtbaar worden die iemand zelf misschien niet had gezien. 

 

Van de wereld van toen naar vandaag

Wanneer duidelijker wordt wat een tekst binnen zijn eigen context betekende en wat de schrijver binnen die situatie wilde laten zien, kan vervolgens worden gekeken naar de plaats van dat gedeelte binnen de grotere samenhang van de Bijbel.

Dan komt ook de vraag wat een tekst voor het leven vandaag betekent. Een Bijbeltekst kan niet altijd rechtstreeks vanuit de wereld van toen naar onze eigen situatie worden overgezet. Israël leefde binnen een andere historische en culturele wereld en een brief van Paulus werd eerst aan een concrete gemeente geschreven, binnen de vragen en omstandigheden die daar speelden.

Door deze verbanden te volgen, wordt zichtbaar hoe lijnen die al vroeg in Genesis beginnen door de Bijbel heen verderlopen. Zo ontdekken we steeds meer van Wie God is, welke roeping Hij de mens heeft gegeven en hoe Hij blijft werken aan herstel.

In Jezus komen deze lijnen samen. Woorden, beelden en verwachtingen die door de Bijbel heen zijn opgebouwd, helpen om steeds meer te zien Wie Hij is en hoe Zijn leven, sterven en opstanding verbonden zijn met alles wat eraan voorafgaat.

 

Meer over hoe deze lijn van schepping naar nieuwe schepping door de Bijbel heen wordt uitgewerkt lees je in De rode draad van de Bijbel en meer over de eerste hoofdstukken van Genesis en het fundament dat daar voor veel latere Bijbelse thema’s wordt gelegd lees je in Het fundament van de Bijbel.