Zout van de aarde en licht voor de wereld
Zout van de aarde en licht voor de wereld
Direct na de zaligsprekingen richt Jezus Zich tot Zijn leerlingen:
‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’
(Matteüs 5:13)
Zout werd onder andere gebruikt om voedsel smaak te geven en langer te bewaren. Maar in de Schriften van Israël heeft zout ook een bijzondere betekenis. Bij de offers moest zout worden toegevoegd, dat verbonden werd met Gods verbond met Zijn volk (Leviticus 2:13). Ook op andere plaatsen wordt gesproken over een ‘zoutverbond’, een uitdrukking die de blijvende betekenis van een verbond benadrukt (Numeri 18:19; 2 Kronieken 13:5).
Wanneer Jezus Zijn leerlingen het zout van de aarde noemt, kan ook deze Bijbelse achtergrond meeklinken. Hij heeft zojuist mensen gelukkig geprezen die nederig van hart zijn, zachtmoedig zijn, vrede stichten en verlangen naar gerechtigheid. Nu spreekt Hij over de betekenis die hun leven heeft voor de wereld om hen heen. Zoals zout zijn zoutigheid moet behouden, zo worden Zijn leerlingen geroepen om trouw te blijven aan Zijn onderwijs.
Daarna gebruikt Jezus een tweede beeld:
‘Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.’
(Matteüs 5:14)
Ook het beeld van licht heeft diepe wortels in de Schriften van Israël. Licht wordt in de Bijbel verbonden met Gods aanwezigheid, wijsheid en onderwijzing. In Psalm 119 wordt Gods woord beschreven als een lamp voor onze voeten en een licht op ons pad (Psalm 119:105). Gods onderwijzing laat zien hoe mensen kunnen leven volgens Zijn goede wil.
Deze verbinding komt ook naar voren bij de profeet Jesaja. Jesaja beschrijft hoe de volken naar de berg van de HEER zullen komen om Zijn wegen te leren kennen. Vanuit Sion zal Gods onderwijzing uitgaan en zullen de volken leren om in vrede met elkaar te leven (Jesaja 2:2–5).
Dit sluit aan bij Gods bedoeling met Israël. God had Abraham beloofd dat via hem alle families op aarde gezegend zouden worden (Genesis 12:1–3). Later, bij de berg Sinaï, riep God Israël om een koninkrijk van priesters en een heilig volk te zijn (Exodus 19:4–6). Gods bedoeling met Zijn volk had vanaf het begin ook betekenis voor de andere volken.
Bij Jesaja wordt deze grotere bedoeling verder uitgewerkt. God spreekt over Zijn dienaar, die een licht voor de volken zal zijn, zodat Zijn redding tot aan de uiteinden van de aarde bekend wordt (Jesaja 42:6; 49:6).
Ook Jeruzalem wordt met dit beeld verbonden. In Jesaja 60 wordt de stad opgeroepen om op te staan en te schitteren, omdat Gods licht over haar opgaat. De volken zullen naar dat licht toe komen (Jesaja 60:1–3).
Wanneer Jezus spreekt over een stad op een berg die niet verborgen kan blijven, kunnen deze profetische beelden van Sion en Jeruzalem meeklinken. Bij Jesaja komen de volken naar Gods berg om Zijn wegen te leren en Zijn licht te zien. Nu onderwijst Jezus Zijn leerlingen vanaf een berg over het leven onder Gods koningschap.
Al eerder in het Evangelie van Matteüs heeft Jezus aangekondigd dat het Koninkrijk van de hemel dichtbij is gekomen (Matteüs 4:17). In de Bergrede laat Hij zien hoe het leven onder dat koningschap eruitziet.
In Jezus komt Gods beloofde redding naar de wereld. Zijn leerlingen krijgen een plaats in Gods bedoeling om Zijn wijsheid, goedheid en gerechtigheid zichtbaar te maken. De woorden ‘jullie zijn’ spreken over hun identiteit en de roeping die daarbij hoort.
Jezus werkt het beeld verder uit met een lamp:
‘Ook steekt men geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.’
(Matteüs 5:15)
Een lamp wordt aangestoken om licht te geven. Wanneer iemand die lamp onder een korenmaat zet, wordt het licht verborgen en kan het zijn bedoeling niet vervullen. Jezus gebruikt dit alledaagse beeld om duidelijk te maken dat het leven van Zijn leerlingen zichtbaar mag zijn voor de mensen om hen heen.
Daarom zegt Hij vervolgens:
‘Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’
(Matteüs 5:16)
Hier legt Jezus Zelf uit wat Hij met het licht bedoelt. Door de manier waarop Zijn leerlingen leven, kunnen anderen iets herkennen van de goedheid van hun hemelse Vader. De barmhartigheid, vrede en gerechtigheid waarover Hij in de zaligsprekingen heeft gesproken, worden zichtbaar in hun omgang met anderen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb