Waar beginnen we als we evangeliseren?

Waar beginnen we wanneer we evangeliseren? Wat vertellen we als eerste over God, de mens en waarom we Jezus nodig hebben?

Een bekende manier van evangeliseren begint bij de zonde van de mens. Je bent een zondaar, je staat schuldig tegenover God en je hebt vergeving nodig. Jezus is voor onze zonden gestorven en door geloof in Hem kunnen we vergeving en eeuwig leven ontvangen.

Dat we allemaal zondigen en Jezus nodig hebben, staat vast. Toch kan een gesprek waarin iemand als eerste hoort dat hij of zij een zondaar is en schuldig staat tegenover God, weerstand oproepen. Soms kan het gesprek daardoor al vastlopen voordat er ruimte is ontstaan om elkaar beter te begrijpen.

Dat roept vragen op over de manier waarop we het goede nieuws vertellen. Weerspiegelt die manier ook iets van Jezus' liefde en karakter? Hoe trad Jezus Zelf mensen tegemoet? En wat zou er veranderen wanneer we eerst kijken naar wat de Bijbel vanaf het begin over de mens vertelt, voordat we spreken over wat er door de zonde is misgegaan?

Wanneer zonde en schuld het vertrekpunt vormen

Wanneer zonde en schuld het vertrekpunt vormen

Het evangelie wordt vaak uitgelegd vanuit de zonde en schuld van de mens tegenover God. De boodschap kan dan ongeveer zo klinken:

We hebben allemaal tegen God gezondigd. God is heilig en onze zonde scheidt ons van Hem. We kunnen onszelf niet redden. Jezus is voor onze zonden gestorven, zodat we vergeving kunnen ontvangen en met God verzoend kunnen worden. Wie zich bekeert en in Jezus gelooft, ontvangt vergeving en eeuwig leven.

Een bekende evangelisatiemethode die hierbij aansluit, is de Romeinenweg, ook wel Romans Road genoemd. Bij deze methode worden verschillende verzen uit de Romeinenbrief achter elkaar gebruikt om uit te leggen waarom mensen Jezus nodig hebben en hoe zij door Hem gered kunnen worden.

Zo schrijft Paulus dat alle mensen hebben gezondigd en de nabijheid van God missen (Romeinen 3:23). Ook schrijft hij dat het loon van de zonde de dood is, terwijl God eeuwig leven schenkt door Jezus Christus (Romeinen 6:23). Vervolgens wordt gewezen op Gods liefde, die zichtbaar wordt doordat Christus voor ons gestorven is (Romeinen 5:8), en op de oproep om Jezus als Heer te belijden en in Zijn opstanding te geloven (Romeinen 10:9–10).

Deze teksten staan binnen een groter betoog. Paulus schrijft over de macht van de zonde waaronder de mensheid leeft, Gods trouw aan Zijn beloften aan Abraham en Israël, en hoe God door Jezus mensen bevrijdt uit de macht van zonde en dood. Ook beschrijft hij hoe de Heilige Geest mensen vernieuwt, hoe Joden en niet-Joden samen Gods volk vormen en hoe de hele schepping uitziet naar haar bevrijding.

Wanneer we vooral enkele verzen uit Romeinen gebruiken om uit te leggen dat iemand een zondaar is en vergeving nodig heeft, kan die grotere samenhang naar de achtergrond verdwijnen. Daarmee kan ook ons beeld van wat het evangelie inhoudt smaller worden.

Wanneer zonde en schuld het vertrekpunt vormen, begint het gesprek bij wat er mis is met de mens en waarom we Gods vergeving nodig hebben. Wanneer we beginnen waar de Bijbel zelf begint, komt er eerst iets anders in beeld.

Meer over hoe ons vertrekpunt invloed kan hebben op wat we in de Bijbel lezen en welke accenten we leggen, lees je in Met welke lens lezen we de Bijbel?

 

De Bijbel begint in Genesis 1

Voordat de Bijbel vertelt over de ongehoorzaamheid van de mens, vertelt Genesis over God Die een goede wereld schept. God brengt orde aan, maakt ruimte voor leven en vult de aarde met planten, dieren en mensen. Steeds lezen we dat wat Hij maakt goed is.

Wanneer God de mens schept, krijgt deze een bijzondere plaats binnen Zijn schepping. God maakt de mens naar Zijn beeld en geeft hem de opdracht om vruchtbaar te zijn, de aarde te vervullen en over de levende wezens te heersen (Genesis 1:26–28).

In de wereld van het oude Nabije Oosten werd een koning soms beschouwd als het beeld van een godheid. Hij vertegenwoordigde die godheid en moest diens heerschappij zichtbaar maken.

In Genesis zien we dat God deze roeping aan de hele mensheid geeft, aan man en vrouw. Mensen zijn gemaakt om God te vertegenwoordigen binnen Zijn schepping. Zij krijgen de verantwoordelijkheid om onder Zijn gezag voor de wereld te zorgen en Zijn goede heerschappij zichtbaar te maken in de manier waarop zij leven. In Genesis 2 wordt de mens in de tuin van Eden geplaatst om deze te bewerken en te bewaren (Genesis 2:15).

Vanaf het begin heeft de mens dus een plaats en een roeping binnen Gods goede wereld. We zijn gemaakt om in verbondenheid met God te leven, voor elkaar te zorgen en Zijn goedheid zichtbaar te maken.

Dat betekent dat de Bijbel al iets wezenlijks vertelt over wie we zijn en waarvoor we gemaakt zijn, voordat er sprake is van zonde. Wanneer we iemand het evangelie vertellen, kunnen we ook hier beginnen.

We kunnen iemand vertellen dat zijn of haar leven waarde heeft. Dat ieder mens naar Gods beeld is gemaakt en een plaats en roeping heeft binnen Zijn schepping. We zijn gemaakt om met God te leven, anderen lief te hebben, recht te doen en Zijn goedheid zichtbaar te maken in de wereld.

Van daaruit kunnen we verder kijken naar wat er in Genesis 3 misgaat.

Meer over wat het betekent dat de mens naar Gods beeld is gemaakt en welke roeping daarbij hoort, lees je in De mens als beeld van God.

 

Wat is er misgegaan?

In Genesis 3 lezen we hoe de slang Gods woorden en Zijn goedheid ter discussie stelt. De mens wordt voor de keuze gesteld om op Gods wijsheid te vertrouwen of zelf te bepalen wat goed en kwaad is.

Adam en Eva eten van de boom waarvan God had gezegd dat zij er niet van mochten eten. Daarmee kiezen ze ervoor zelf te bepalen wat goed en kwaad is, in plaats van op Gods wijsheid te vertrouwen. De gevolgen worden meteen zichtbaar. Waar ze zich eerst niet schaamden, ervaren ze nu schaamte en angst, verbergen ze zich voor God en schuiven ze de verantwoordelijkheid van zich af. Hun relatie met God en met elkaar raakt beschadigd.

In de hoofdstukken die volgen zien we hoe deze gebrokenheid zich verder verspreidt. Kaïn doodt zijn broer Abel, geweld neemt toe en bij Babel proberen mensen een naam voor zichzelf te maken.

De mens die gemaakt is om Gods karakter zichtbaar te maken, handelt op manieren die daarmee in strijd zijn. Ook vandaag herkennen we daar veel van. Je hoeft maar om je heen te kijken, en eerlijk naar jezelf, om te zien dat de wereld niet is zoals ze zou moeten zijn.

We zien oorlog, geweld, onrecht, hebzucht, machtsmisbruik en gebroken relaties. Mensen kwetsen elkaar, liegen, haten, oordelen en kiezen voor zichzelf ten koste van anderen. We herkennen hoe we anderen kunnen kwetsen, onszelf vooropstellen of handelen vanuit onze eigen verlangens.

Volgens de Bijbel ligt daar een diepere breuk onder. Mensen kiezen ervoor niet op Gods wijsheid en goedheid te vertrouwen, maar willen zelf bepalen wat goed en kwaad is. Dat werkt door in onze relatie met God, met elkaar, met onszelf en met de wereld om ons heen.

Toch blijft de mens ook na Genesis 3 naar Gods beeld gemaakt. Dat zien we bijvoorbeeld wanneer God na de zondvloed opnieuw spreekt over de mens als Zijn beeld (Genesis 9:6). Zonde heeft grote gevolgen voor onze relatie met God en voor de manier waarop we leven en Hem vertegenwoordigen, maar onze menselijke waardigheid en roeping verdwijnen daarmee niet.

Ook wanneer iemand God niet kent of Hem niet volgt, blijft die persoon naar Zijn beeld gemaakt.

Meer over de betekenis van de boom van de kennis van goed en kwaad en de keuze waarvoor de mens stond, lees je in De boom van de kennis van goed en kwaad.

 

God geeft Zijn bedoeling niet op

Na Genesis 3–11 zien we hoe God verder werkt aan Zijn bedoeling met de mens en de wereld. Hij roept Abraham en belooft dat via hem alle families op aarde gezegend zullen worden (Genesis 12:1–3). Uit Abraham ontstaat het volk Israël, dat geroepen wordt om Gods karakter zichtbaar te maken te midden van de volken.

Door de geschiedenis van Israël heen zien we hoe ook dit volk telkens tekortschiet in zijn roeping. Toch blijven de profeten spreken over Gods beloften om Zijn volk te herstellen, mensen een nieuw hart te geven en een koning te laten komen die recht en gerechtigheid zal brengen.

Tegen deze achtergrond verschijnt Jezus. In Hem komen Gods beloften samen en begint het herstel waar de Bijbel naar uitkijkt.

 

Welk goede nieuws verkondigde Jezus?

Wanneer Jezus begint met Zijn openbare optreden, vertelt Marcus dat Hij het goede nieuws van God verkondigt. Hij kondigt aan dat de tijd is aangebroken en het Koninkrijk van God nabij is gekomen. Hij roept mensen op zich te bekeren en het goede nieuws te geloven (Marcus 1:14–15).

Het Koninkrijk van God staat centraal in Jezus' onderwijs. Om te begrijpen wat Jezus daarmee bedoelt, is de geschiedenis van Israël belangrijk. God is de Schepper en de ware Koning van de wereld. De profeten hadden aangekondigd dat Hij zou ingrijpen om Zijn volk te bevrijden, recht te doen en Zijn goede heerschappij zichtbaar te maken. Wanneer Jezus het Koninkrijk van God aankondigt, vertelt Hij dat die beloofde tijd is aangebroken.

Het woord evangelie komt van het Griekse woord euangelion, dat goed nieuws betekent. In de wereld van het Nieuwe Testament kon goed nieuws ook een aankondiging zijn over een koning, zijn overwinning of het begin van zijn heerschappij. Wanneer Jezus het goede nieuws van Gods Koninkrijk verkondigt, kondigt Hij aan dat Gods beloofde heerschappij nabij is gekomen.

Later verkondigen de apostelen dat Jezus, Die gekruisigd en uit de dood opgewekt is, de Messias en Heer is. Het evangelie gaat daarmee allereerst over wie Jezus is en wat God door Hem heeft gedaan.

In Jezus' woorden en daden wordt zichtbaar hoe Gods heerschappij eruitziet. Hij geneest zieken, bevrijdt mensen van kwade machten, vergeeft zonden, eet met tollenaars en zondaars en zoekt mensen op die door anderen worden buitengesloten. Hij leert Zijn leerlingen om vijanden lief te hebben, te vergeven, barmhartig te zijn, recht te doen en op God te vertrouwen. In Jezus zien we wie God is en wat het betekent om werkelijk mens te zijn zoals God het bedoeld heeft.

Jezus laat zien wat het betekent om als mens volledig op God te vertrouwen en Hem trouw te blijven. Hij vertegenwoordigt God zoals de mens vanaf het begin bedoeld was en blijft Zijn Vader gehoorzaam, zelfs wanneer die weg Hem door lijden en dood heen voert. Door Zijn dood en opstanding overwint Hij de macht van zonde en dood, maakt Hij vergeving van zonden en verzoening met God mogelijk en opent Hij de weg naar nieuw leven.

Wanneer Jezus mensen oproept zich te bekeren en het goede nieuws te geloven, vraagt Hij hen om zich naar God toe te keren en Hem te vertrouwen. Zijn Koninkrijk vraagt om een andere manier van leven, waarin we leren om Gods wijsheid te volgen in plaats van op ons eigen inzicht en onze eigen verlangens.

Hem volgen betekent dat we Zijn leerlingen worden en van Hem leren hoe we als Gods beeld in de wereld kunnen leven. Dat wordt zichtbaar in de manier waarop we anderen liefhebben, vergeven, dienen, recht doen en vrede zoeken.

Meer over Gods koningschap en de betekenis van Zijn Koninkrijk lees je in Gods koninkrijk.

 

Waarvan redt Jezus ons en waartoe roept Hij ons?

Wanneer we over redding spreken, denken we vaak aan de vraag waarvan Jezus ons redt. De Bijbel vertelt dat Jezus mensen redt van hun zonden (Matteüs 1:21). Door Hem ontvangen we vergeving en worden we met God verzoend (Romeinen 5:6–11). Door Zijn dood en opstanding bevrijdt Hij mensen uit de macht van zonde en dood (Romeinen 6; 1 Korintiërs 15).

De Bijbel spreekt daarnaast ook over het leven waartoe Jezus ons redt. In Romeinen 6 beschrijft Paulus hoe mensen die met Jezus verbonden zijn, delen in Zijn dood en opstanding. Zij worden bevrijd uit de heerschappij van de zonde om voortaan voor God te leven. In Romeinen 8 schrijft hij over het leven door de Heilige Geest en hoe Gods kinderen worden gevormd naar het beeld van Zijn Zoon (Romeinen 8:29).

Hier komt de oorspronkelijke roeping van de mens weer in beeld. In Genesis lezen we dat mensen naar Gods beeld zijn gemaakt en een plaats en verantwoordelijkheid binnen Zijn schepping hebben gekregen. Door Jezus en het werk van de Heilige Geest worden mensen vernieuwd om steeds meer op Hem te lijken en te leven naar de bedoeling waarmee God hen heeft geschapen.

In Efeziërs 2 schrijft Paulus eerst over Gods genade en redding door geloof. Vervolgens beschrijft hij gelovigen als Gods maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen (Efeziërs 2:8–10). Even verderop schrijft hij hoe Jezus de scheiding tussen Joden en niet-Joden heeft weggenomen. Mensen uit verschillende volken krijgen door Hem toegang tot de Vader, door één Geest. Samen worden zij opgebouwd tot een woonplaats voor God (Efeziërs 2:11–22).

Door Jezus worden mensen dus ook samengebracht als Gods volk, waarin zij samen leren om Hem te volgen en Zijn karakter zichtbaar te maken in de wereld.

Gods bedoeling gaat verder dan de vernieuwing van mensen alleen. Paulus schrijft dat de hele schepping uitziet naar haar bevrijding (Romeinen 8:18–25). In Openbaring 21–22 lezen we over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar God bij de mensen woont en waar de dood, rouw en pijn verdwenen zijn.

De Bijbel begint met Gods goede schepping en eindigt met de vernieuwing van hemel en aarde. Binnen die grotere lijn zien we dat Jezus ons bevrijdt uit de macht van zonde en dood en ons door de Heilige Geest vernieuwt om weer te leven zoals God de mens vanaf het begin bedoeld heeft.

 

Verschillende vertrekpunten in de Bijbel

Wanneer we lezen hoe Jezus, Johannes de Doper en de apostelen mensen over God vertelden, zien we dat zij niet allemaal op dezelfde manier begonnen. Soms werden mensen duidelijk aangesproken op hun zonden en opgeroepen zich te bekeren. In andere situaties begon een gesprek bij de Schriften, de schepping of iemands persoonlijke omstandigheden.

 

Johannes de Doper

Johannes bereidt het volk Israël voor op de komst van de Messias en verkondigt een doop van bekering tot vergeving van zonden (Lucas 3:3). Hij roept mensen op zich te bekeren en hun leven te veranderen. Wanneer zij vragen wat ze moeten doen, geeft hij concrete voorbeelden. Hij spreekt over delen met mensen die niets hebben, eerlijk omgaan met geld en geen misbruik maken van macht (Lucas 3:10–14).

Johannes roept mensen dus duidelijk op zich te bekeren en laat zien wat dat betekent voor de manier waarop zij leven en met anderen omgaan.

 

Hoe sprak Jezus met mensen?

Wanneer we de evangeliën lezen, zien we dat Jezus mensen op verschillende manieren aanspreekt.

In Lucas 19 lezen we over Zacheüs, een rijke hoofdtollenaar die Jezus graag wil zien. Wanneer Jezus hem in een boom ziet zitten, spreekt Hij hem aan en zegt dat Hij die dag bij hem thuis wil verblijven.

De omstanders ergeren zich eraan dat Jezus bij een zondaar te gast gaat. Later vertelt Zacheüs dat hij de helft van zijn bezit aan de armen zal geven en mensen die hij heeft afgeperst, viervoudig zal terugbetalen. Jezus zegt vervolgens dat er die dag redding naar zijn huis is gekomen (Lucas 19:1–10).

Jezus begint hier niet met een aanklacht tegen Zacheüs. Hij zoekt contact met hem en gaat bij hem op bezoek. We zien vervolgens hoe Zacheüs bereid is zijn leven te veranderen en het onrecht dat hij heeft gedaan recht te zetten.

In Johannes 4 spreekt Jezus met een Samaritaanse vrouw bij een waterput. Het gesprek begint bij water en gaat vervolgens over levend water, aanbidding en wie Jezus is. Jezus spreekt ook over haar persoonlijke leven, terwijl het gesprek zich verder ontwikkelt rond de vraag wie Hij is en wat Hij haar kan geven.

Wanneer een rijke man aan Jezus vraagt wat hij moet doen om eeuwig leven te ontvangen, spreekt Jezus met hem over de geboden en confronteert Hij hem uiteindelijk met zijn gehechtheid aan bezit (Marcus 10:17–22). Ook tegenover religieuze leiders die anderen zware lasten opleggen of zichzelf rechtvaardig achten, kan Jezus bijzonder scherp zijn.

In deze verschillende situaties zien we dat Jezus mensen niet telkens op dezelfde manier aanspreekt. Hij heeft aandacht voor hun vragen en omstandigheden, maar spreekt hen ook aan op wat er in hun leven moet veranderen.

 

Petrus op de pinksterdag

Op de pinksterdag spreekt Petrus tot Joodse mensen die vertrouwd zijn met de Schriften en Gods beloften aan Israël (Handelingen 2). Hij begint bij de uitstorting van de Heilige Geest en legt uit hoe deze gebeurtenis aansluit bij de profetie van Joël.

Vervolgens spreekt hij over Jezus, Zijn kruisiging en Zijn opstanding. Vanuit de Psalmen laat hij zien dat Jezus de beloofde Messias is. Daarbij confronteert hij zijn toehoorders met hun betrokkenheid bij Jezus' kruisiging. Wanneer zij vragen wat ze moeten doen, roept Petrus hen op zich te bekeren en zich te laten dopen tot vergeving van hun zonden (Handelingen 2:37–38).

Petrus spreekt dus duidelijk over schuld en bekering, maar begint zijn toespraak bij wat God heeft gedaan en hoe de Schriften in Jezus in vervulling gaan.

 

Paulus in Athene

In Handelingen 17 zien we Paulus spreken tot een heel ander publiek. Hij bevindt zich in Athene, waar mensen vertrouwd zijn met verschillende goden en filosofische stromingen.

Paulus sluit aan bij wat hij in de stad heeft gezien en verwijst naar een altaar voor een onbekende god. Van daaruit begint hij zijn uitleg bij God als Schepper van de wereld. Hij vertelt dat God aan alle mensen leven en adem geeft en dat mensen van Hem afhankelijk zijn. Ook haalt hij woorden aan van Griekse dichters (Handelingen 17:23–28).

Vervolgens spreekt hij over de menselijke zoektocht naar God, de oproep tot bekering en het komende oordeel door de Man Die God heeft aangesteld en uit de dood heeft opgewekt.

Anders dan de mensen tot wie Petrus spreekt, zijn de Atheners niet vertrouwd met de Schriften en Gods beloften aan Israël. Paulus begint daarom bij God als Schepper en sluit aan bij wat zij wel kennen.

Wanneer we deze voorbeelden naast elkaar leggen, zien we dat er verschillende vertrekpunten zijn om mensen over God en Jezus te vertellen. Soms worden mensen duidelijk aangesproken op hun zonden, terwijl in andere situaties eerst wordt aangesloten bij hun vragen, achtergrond of omstandigheden.

Zonde en bekering blijven belangrijk, maar de Bijbel laat geen vaste volgorde zien die we in ieder gesprek moeten volgen.

Jezus geeft Zijn leerlingen de opdracht om Zijn getuigen te zijn en belooft dat zij daarvoor kracht zullen ontvangen door de Heilige Geest (Handelingen 1:8). In Handelingen zien we hoe zij over Jezus vertellen en hoe het goede nieuws ook zichtbaar wordt in de manier waarop de eerste gelovigen samenleven, met elkaar omgaan en voor anderen zorgen (Handelingen 2:42–47; 4:32–35).

 

Wat betekent dit voor de manier waarop we evangeliseren?

De mensen met wie we spreken hebben ieder hun eigen achtergrond, ervaringen, vragen en ideeën over God en het geloof. Sommigen zijn opgegroeid met de Bijbel, terwijl anderen nauwelijks weten wie Jezus is. De één worstelt met schuld of schaamte, terwijl een ander vragen heeft over het bestaan van God, het lijden in de wereld of de betekenis van het leven.

Wanneer we aandacht hebben voor de persoon tegenover ons en luisteren naar zijn of haar vragen, kunnen we beter begrijpen wat iemand bezighoudt. Zo hoeven we niet van tevoren al precies te bepalen hoe een gesprek moet verlopen.

Neem bijvoorbeeld iemand die zegt:
‘Maar ik probeer gewoon een goed mens te zijn.’

Wanneer zonde en schuld het vertrekpunt vormen, zal de uitleg vaak beginnen bij het feit dat niemand zonder zonde leeft. Hoe goed we ook proberen te leven, onze goede daden nemen onze schuld tegenover God niet weg. We hebben Zijn vergeving nodig en kunnen onszelf niet redden.

Wanneer we bij Gods oorspronkelijke bedoeling beginnen, kunnen we eerst stilstaan bij wat iemand bedoelt met een goed mens zijn. Waarom vindt diegene het belangrijk om goed te leven? Wat verstaat hij of zij eigenlijk onder goed en kwaad? Zulke vragen kunnen ruimte geven om verder te praten over wat iemand belangrijk vindt en hoe diegene naar zichzelf en anderen kijkt.

Vanuit Genesis 1 kunnen we vervolgens vertellen dat het verlangen om goed te doen raakt aan iets waarvoor God ons heeft gemaakt. Mensen zijn naar Zijn beeld geschapen, met de roeping om lief te hebben, recht te doen, voor anderen te zorgen en Zijn goedheid zichtbaar te maken in de wereld. We zijn gemaakt om in verbondenheid met Hem te leven en Zijn wijsheid te vertrouwen.

Wanneer we eerlijk naar onszelf kijken, zien we tegelijkertijd hoe vaak we daarvan afwijken. We verlangen naar het goede, maar bepalen graag zelf wat goed is voor ons. We kunnen weten wat rechtvaardig is en toch onrecht doen. We verlangen naar liefde en vrede, terwijl we zelf anderen kwetsen of bijdragen aan conflicten.

Daarin herkennen we iets van wat Genesis 3 laat zien. De mens is gemaakt om Gods goedheid zichtbaar te maken, maar vertrouwt niet altijd op Zijn wijsheid en handelt op manieren die ingaan tegen de bedoeling waarmee God hem heeft geschapen.

Vanuit dat gesprek kunnen we verder spreken over waarom we Jezus nodig hebben. In Hem zien we wie God is en hoe Hij de mens vanaf het begin bedoeld heeft. Jezus laat zien wat het betekent om op God te vertrouwen, anderen lief te hebben en te leven naar Zijn wijsheid. Door Zijn dood en opstanding maakt Hij vergeving en verzoening met God mogelijk en opent Hij de weg naar een nieuw leven.

In beide benaderingen blijven zonde, het kruis, vergeving, bekering en geloof wezenlijk. Het verschil zit in het vertrekpunt en daarmee ook in wat iemand als eerste over zichzelf en over God te horen krijgt.

Het ene begint bij wat er mis is met de mens. Het andere begint bij Gods bedoeling met de mens.

 

Voor vandaag

Wanneer we met anderen over Jezus spreken, maakt het verschil waar we beginnen en welke nadruk we leggen. Beginnen we bij de zonde van de mens, dan komt vooral in beeld waarom iemand vergeving nodig heeft. Beginnen we bij Gods oorspronkelijke bedoeling, dan vertellen we eerst wie de mens volgens de Bijbel is, waarvoor God ons heeft gemaakt en wat er door de zonde is misgegaan. Vanuit die grotere samenhang kunnen we verder spreken over waarom we Jezus nodig hebben.

Ook vandaag kunnen de vragen waarmee iemand rondloopt heel verschillend zijn. De één wil misschien weten of God bestaat, terwijl een ander worstelt met schuld, verdriet, onrecht of de vraag wat het leven eigenlijk betekent.

Daarom vind ik het belangrijk om aandacht te hebben voor de mensen met wie we spreken en eerst te luisteren naar hun vragen en ervaringen. Wanneer we iemand beter begrijpen, ontstaat er ook meer ruimte om samen na te denken over wie God is, wat de Bijbel vertelt en wat het betekent om Jezus te volgen.

We hoeven zonde niet te verzwijgen om iemand liefdevol tegemoet te treden. We kunnen eerlijk spreken over onze gebrokenheid en onze behoefte aan vergeving, terwijl we tegelijkertijd laten zien dat God de mens vanaf het begin met een goede bedoeling heeft gemaakt.

Het evangelie gaat over Jezus, Die door Zijn dood en opstanding de macht van zonde en dood heeft overwonnen en als de opgestane Koning regeert. Door Hem opent God de weg naar vergeving, verzoening en nieuw leven. Hij nodigt mensen uit om zich naar God toe te keren, Hem te vertrouwen en Hem te volgen, terwijl Zijn Geest ons vernieuwt om steeds meer te leven zoals God ons vanaf het begin bedoeld heeft.

Het goede nieuws vertelt ons waarvan God ons redt, maar ook waarvoor we gemaakt zijn en waartoe Hij ons door Jezus vernieuwt.