Romeinen

Romeinen is een brief van Paulus aan gelovigen in Rome. Hij schrijft hun over het evangelie dat hij verkondigt en grijpt daarbij voortdurend terug op de Schriften van Israël.

Paulus was een Jood uit Tarsus en behoorde tot de Farizeeën. De Torah en de tradities van Israël stonden centraal in zijn leven. Hij verzette zich fel tegen de beweging rond Jezus, zag het als een bedreiging en vervolgde mensen die Jezus als Messias volgden.

Dat veranderde toen Paulus onderweg naar Damascus een persoonlijke ontmoeting had met de opgestane Jezus. De Jezus van wie Paulus de volgelingen vervolgde, bleek werkelijk de Messias te zijn die God uit de dood had opgewekt. Deze ontmoeting veranderde de richting van zijn leven. Paulus werd geroepen om van Jezus te getuigen en het goede nieuws over Hem bekend te maken onder de volken.

In de jaren daarna reisde Paulus door grote delen van het Romeinse Rijk. Op verschillende plaatsen ontstonden gemeenschappen van mensen die Jezus volgden. Paulus bleef bij veel van deze gemeenten betrokken en schreef brieven om hen verder te helpen in hun geloof, vragen te beantwoorden, problemen te bespreken en hen te helpen begrijpen wat het betekent om samen Jezus te volgen.

Wanneer Paulus deze brief schrijft, is hij zelf nog niet in Rome geweest. De gemeenten daar heeft hij niet gesticht, maar er komen al langere tijd Joodse en niet-Joodse gelovigen samen.

Enkele jaren eerder had keizer Claudius Joden uit Rome laten vertrekken. Toen zij later naar Rome terugkeerden, bestonden de gemeenten daar inmiddels voor een groot deel uit niet-Joodse gelovigen. De verschillen in achtergrond en gewoonten leidden tot spanningen over hoe zij samen Jezus moesten volgen. Moesten niet-Joodse volgelingen bijvoorbeeld de sabbat houden, koosjer eten en zich laten besnijden? 

Een belangrijk doel van Paulus’ brief is de eenheid van deze verschillende groepen rond Jezus. Paulus hoopt Rome te bezoeken en van daaruit verder te reizen naar Spanje. Daarbij hoopt hij op de steun van de gelovigen in Rome.

Tegen deze achtergrond geeft Paulus een uitgebreide uiteenzetting van het evangelie dat hij verkondigt. Aan het begin van zijn brief noemt hij het ‘het evangelie van God’. Het gaat over Jezus, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgestaan en Heer is. Hij schrijft dat dit goede nieuws Gods reddende kracht is voor iedereen die gelooft, voor Joden en voor andere volken.

Paulus plaatst dit evangelie binnen de grotere lijn van de Schriften van Israël. Hij begint bij de Schepper en de mensheid en gaat terug naar Abraham en Gods beloften aan hem. Hij schrijft over Israël en de Torah, zonde en dood, Jezus als Messias, Gods gerechtigheid, het werk van de Geest en Gods bedoeling om Joden en mensen uit andere volken samen te brengen.

 

De opbouw van de brief

Romeinen is zorgvuldig opgebouwd. De verschillende delen bouwen voort op wat Paulus eerder heeft geschreven.

In Romeinen 1–4: Gods gerechtigheid en de familie van Abraham begint Paulus bij het evangelie en Gods gerechtigheid. Hij kijkt naar de mensheid en haar verhouding tot de Schepper, naar Israël en de Torah en uiteindelijk naar Abraham. Zowel Joden als mensen uit andere volken bevinden zich binnen het menselijke probleem van zonde. Paulus laat vervolgens zien wat God door Jezus heeft gedaan en gaat terug naar Abraham en Gods belofte van een familie uit vele volken.

In Romeinen 5–8: Een nieuwe mensheid verbreedt Paulus het perspectief. Hij schrijft over Adam, zonde en dood en over wat God daar door Jezus tegenover zet: nieuw leven, de Geest en de hoop op het herstel van Gods schepping.

In Romeinen 9–11: Israel en de volken komt Paulus uitgebreid terug op Israël. Als Jezus de Messias van Israël is en mensen uit de volken door Hem bij Gods volk worden gevoegd, wat betekent dit dan voor Israël en voor Gods beloften? Paulus grijpt opnieuw terug op de Schriften om over Gods trouw en Zijn handelen met Israël en de volken te spreken.

In Romeinen 12–16: Een vernieuwd volk wordt zichtbaar wat dit betekent voor het leven van de gemeenschap. Paulus schrijft over een vernieuwde manier van leven, liefde, onderlinge verschillen en het samenleven van Joodse en niet-Joodse gelovigen. Aan het einde van de brief schrijft Paulus over zijn plannen om via Rome verder te reizen naar Spanje.

Door deze opbouw wordt zichtbaar dat de praktische vragen aan het einde van de brief verbonden zijn met alles wat eraan voorafgaat. Paulus’ woorden over Abraham, Israël, de Torah, Jezus, de Geest en Gods gerechtigheid lopen uit op een gemeenschap waarin Joden en mensen uit andere volken samen Jezus als Heer volgen.